vergunningen

1035812_1034833_tek-bewerkt.jpg

Er gelden diverse regels om een horecabedrijf te kunnen starten.

 

Alcoholwet

De oude Drank- en Horecawet werd per 1 juli 2021 vervangen door de nieuwe Alcoholwet. De up-to-date regels vindt u hieronder.

In ieder bedrijf waar alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse zullen worden geschonken of verstrekt is een vergunning vereist op grond van de Alcoholwet. Deze vergunning wordt afgegeven door de burgemeester en aangevraagd bij de gemeente. Wie een drankvergunning aanvraagt, moet in het bezit zijn van een SVH verklaring. In de inrichting moet tijdens openingsuren iemand aanwezig zijn die op het aanhangsel bij de vergunning vermeld staat.

Het bedrijf wordt als één gezien, als: het omsloten is door scheidingsconstructies. de gemeente heeft de bevoegdheid om nog de hogere minimale eis te stellen.

Het bedrijf moet aan onderstaande inrichtingseisen (kort samengevat) voldoen.

Eén lokaliteit met een vloeroppervlakte van tenminste 35 m² en een hoogte van tenminste 2,1 m (bij nieuwbouw 2,6 m);

Mechanische ventilatie is niet verplicht, luchtverversingscapaciteit bij nieuwbouw is 4dm ³  /s per persoon (voor nieuwbouw moet de lucht van buiten komen). Voor bestaande bouw geldt 2,12 dm ³  /s per persoon;

Deugdelijke voorziening(en) voor elektriciteit, drinkwater en telefoon;
Voor nieuwbouw geldt verplicht twee toiletten aanwezig zondere eisen aan een voorportaal/apart handen wassen. Voor bestaande bouw geldt dat één toilet voldoende is. Bij meer dan 25 personen moeten er twee toiletten aanwezig zijn.

Het is verplicht dat de leidinggevenden in uw horecabedrijf staan ingeschreven in het Register sociale hygiëne. dag-leidinggevenden die geen eigenaar zijn, hoeven niet te worden bijgeschreven op de vergunning. Zij moeten wel tenminste 21 jaar oud zijn en een diploma sociale hygiëne bezitten.

 

Exploitatievergunning

In de meeste gemeenten is het noodzakelijk ook een exploitatievergunning voor een horecabedrijf aan te vragen. Of dit het geval is, wordt geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In de aanvraag moet een juiste omschrijving zijn opgenomen van het type bedrijfsvoering, in overeenstemming met de feitelijke exploitatie. Deze moet in overeenstemming zijn met de toegelaten bestemming volgens het geldende bestemmingsplan.  Er kunnen ook andere eisen gelden, zoals het aantal al afgegeven vergunningen ter plaatse.

 

Terrasvergunning

In de regel moet een terrasvergunning apart worden aangevraagd, ook op basis van de APV en ook als het terras op eigen grond wordt uitgezet. Er zijn ook gemeenten waar dit gekoppeld is aan de exploitatievergunning.

 

Bestemmingsplan

Om op een locatie een horecabedrijf te mogen starten en/of exploiteren, moet dit gebruik toegestaan zijn op basis van het geldende bestemmingsplan. Ook kunnen in het bestemmingsplan voorschriften zijn opgenomen over bouweisen van een pand, bijv. de maximale goothoogte. Voor specifieke zaken is in de regel een afzonderlijke vergunning noodzakelijk. Zoals bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik. Een milieuvergunning is zelden noodzakelijk; wel zal in de regel in dit kader een melding moeten worden gedaan.